Wie zich in verzekeringen verdiept, stuit op een vraag die zelden goed wordt beantwoord. Hoeveel moet je eigenlijk verzekeren. Adviseurs noemen vuistregels, vergelijkers vullen standaardbedragen in en de meeste mensen kiezen uiteindelijk het getal dat toevallig in het formulier stond. Dat is jammer, want de rekensom eronder is niet ingewikkeld. Het is een kwestie van optellen, aftrekken en het verschil nemen, en dat doe je in een uurtje aan de keukentafel met je bankafschriften ernaast. Wat eruit komt is geen exact bedrag maar wel een bereik waarin het antwoord ligt.
Tel op wat er maandelijks doorloopt
Begin bij de vaste lasten die niet stoppen wanneer een inkomen wegvalt. Woonlasten, energie, verzekeringen, vervoer, boodschappen. Zet daarnaast wat er dan nog binnenkomt en je ziet meteen het verschil per maand. Vermenigvuldig dat verschil met het aantal maanden waarin het huishouden die klap moet opvangen, en dat aantal is de tweede beslissing. Voor de meeste mensen loopt het tot het moment dat de hypotheek is afgelost of het jongste kind het huis uit is. Kies je een kortere periode, dan valt de dekking lager uit en blijft er na afloop niets over. Dat is geen tekortkoming maar de bedoeling van dit product. Een overlijdensrisicoverzekering dekt precies dit deel af en loopt daarom tot een einddatum die je zelf kiest.
Zet daarnaast wat er één keer nodig is
Daarnaast staat een bedrag dat maar één keer op tafel komt en dat los staat van de maandelijkse rekensom. De rekening voor een afscheid komt in één keer en op het slechtst denkbare moment, namelijk in de dagen waarin niemand aan geld wil denken. Wie een uitvaartverzekering kiezen wil, komt daarbij voor de vraag te staan of hij een bedrag laat uitkeren of de diensten zelf laat regelen. Dat onderscheid bepaalt wat er wordt uitgekeerd en hoeveel ruimte nabestaanden overhouden om zelf iets in te vullen.
Trek eraf wat er al geregeld is
Nu volgt het aftrekken, en dit is het onderdeel dat het bedrag het meest verlaagt. Kijk wat er via je werkgever loopt, want in veel pensioenregelingen zit een nabestaandendeel. Kijk of er een dekking aan je hypotheek hangt, want die is bij sommige leningen verplicht gesteld. Tel spaargeld mee dat direct opneembaar is en niet vastzit in een beleggingsrekening of een pand. Wat je hier vindt scheelt vaak meer dan mensen verwachten. Sommigen ontdekken zelfs dat ze dubbel verzekerd zijn en al jaren voor twee dekkingen betalen die elkaar overlappen. Zet daarom per regeling op papier wat er precies wordt uitgekeerd en aan wie, want alleen het bestaan ervan is niet genoeg om mee te rekenen.
Kijk wat er overblijft en rond ruim af
Dan blijft het verschil over tussen wat nodig is en wat er al ligt. Rond dat niet strak af maar met marge, want de rekensom is een momentopname en de kosten van tien jaar geleden zeggen weinig over die van straks. Zet daarna een herinnering in je agenda om dit eens in de paar jaar opnieuw te doen. Verhuizen, samenwonen, uit elkaar gaan of een kind krijgen zijn allemaal gebeurtenissen die de uitkomst veranderen zonder dat iemand je daarop wijst. Een aflossing op de hypotheek werkt net zo, alleen dan de andere kant op.
Wat deze rekensom vooral oplevert, is dat je zelf weet waar het bedrag vandaan komt. Dat is een ander uitgangspunt dan een standaardwaarde overnemen, en het maakt een gesprek met een adviseur ook een stuk korter. Bovendien merk je onderweg vaak dat er al meer geregeld is dan gedacht, en dan wordt de aanvulling kleiner dan je vooraf dacht. In het slechtste geval kost het je een avond en weet je daarna dat het klopt. In het beste geval vind je een dekking waar je jaren voor hebt betaald zonder dat je wist dat hij er was. Dat komt vaker voor dan je zou denken, vooral bij mensen die een paar keer van werkgever zijn gewisseld.