Een overlijdensrisicoverzekering is er juist voor het moment dat jij er niet meer bent. Het is dus belangrijk dat je nabestaanden weten dat de polis bestaat en wat ze moeten doen. Zo werkt de uitkering.
Stap 1: het overlijden melden
De begunstigde (of de uitvaartondernemer of nabestaande die de zaken regelt) meldt het overlijden bij de verzekeraar. Dat kan telefonisch of via de website. De verzekeraar stuurt daarna een formulier met het verzoek om enkele documenten:
- een akte van overlijden (via de gemeente of de uitvaartondernemer);
- de polis of het polisnummer;
- soms een verklaring van erfrecht, vooral als niet direct duidelijk is wie de begunstigde is.
Stap 2: de verzekeraar beoordeelt en keert uit
De verzekeraar controleert of het overlijden binnen de looptijd valt en of de premie is betaald, en keert het verzekerde bedrag uit aan de begunstigde die op de polis staat. Bij een verpande polis gaat de uitkering (deels) rechtstreeks naar de bank en wordt de hypotheek ermee afgelost.
Bij een compleet dossier keren verzekeraars doorgaans binnen enkele weken uit. Alleen bij overlijden kort na het afsluiten kan de verzekeraar onderzoeken of de gezondheidsverklaring destijds naar waarheid is ingevuld; daarom is eerlijk invullen zo belangrijk.
Belasting over de uitkering
Over de uitkering betaalt de begunstigde geen inkomstenbelasting. Er kan wel erfbelasting verschuldigd zijn, afhankelijk van wie de premie betaalde en hoe de polis is opgezet. Met een kruislingse constructie is de uitkering vaak belastingvrij; lees zo voorkom je erfbelasting.
Regel het nu alvast
- Vertel je partner of begunstigde dat de polis bestaat en bij welke verzekeraar die loopt.
- Bewaar de polis vindbaar, bijvoorbeeld bij je andere belangrijke documenten.
- Controleer bij grote levensgebeurtenissen (samenwonen, kinderen, scheiding) of de begunstiging nog klopt.
Weet je niet of een overledene ergens een levensverzekering had lopen? Nabestaanden kunnen dat via het Verbond van Verzekeraars laten nazoeken bij alle Nederlandse verzekeraars.