Het verzekerde bedrag en de looptijd bepalen samen wat je overlijdensrisicoverzekering waard is voor je nabestaanden - en wat je ervoor betaalt. Te laag verzekeren geeft schijnzekerheid, te hoog verzekeren is zonde van de premie. Zo bepaal je de juiste dekking.
Stap 1: waarvoor verzeker je?
Begin bij het doel. De meest voorkomende doelen:
- De hypotheek (deels) aflossen, zodat je partner in het huis kan blijven wonen. Kijk naar de hypotheekschuld en wat je partner alleen aan hypotheek kan dragen; het verschil is je vertrekpunt.
- Inkomen vervangen voor de jaren dat je gezin het nodig heeft, bijvoorbeeld tot de kinderen op eigen benen staan. Een vuistregel is een aantal jaren netto-inkomensverlies bij elkaar optellen, rekening houdend met nabestaandenpensioen via de werkgever en een eventuele Anw-uitkering.
- Specifieke kosten opvangen, zoals kinderopvang, studie van de kinderen of de kosten van een uitvaart.
Tel de bedragen van jouw doelen op en rond af naar boven. Meer over de doelen lees je in doelen van een overlijdensrisicoverzekering.
Stap 2: kies de looptijd
Laat de looptijd aansluiten op het doel:
- Voor de hypotheek: tot de einddatum van je hypotheek, of tot het moment dat de restschuld draagbaar is voor je partner.
- Voor het gezin: tot de jongste thuiswonende financieel zelfstandig is, bijvoorbeeld tot die 21 of 25 wordt.
- Voor het inkomen van je partner: tot je partner AOW en pensioen ontvangt.
Let op de maximale eindleeftijd: bij de meeste verzekeraars kan de verzekering lopen tot je 70e, 75e of zelfs 80e.
Stap 3: kies de vorm
Daalt de behoefte in de tijd, bijvoorbeeld omdat je hypotheek wordt afgelost of de kinderen ouder worden? Kies dan een annuïtair of lineair dalende dekking; die is flink goedkoper. Blijft de behoefte gelijk, kies dan een gelijkblijvende dekking.
Verzeker je samen? Denk aan twee polissen
Partners die beiden inkomen inbrengen, verzekeren vaak allebei een bedrag. Lees waarom twee losse polissen meestal slimmer zijn dan één polis op twee levens in één of twee polissen?