Bij een lineair dalende overlijdensrisicoverzekering daalt het verzekerde bedrag elk jaar met hetzelfde vaste bedrag, in een rechte lijn naar nul op de einddatum. Verzeker je bijvoorbeeld 300.000 euro over 30 jaar, dan daalt de dekking elk jaar met 10.000 euro.
Wanneer kies je lineair dalend?
- Je hebt een lineaire hypotheek: daarbij los je elk jaar een vast bedrag af, dus de restschuld daalt in precies hetzelfde rechte tempo als deze verzekeringsvorm.
- Je behoefte daalt gelijkmatig, bijvoorbeeld omdat je elk jaar een vast bedrag opzij zet voor je nabestaanden en de aanvulling dus elk jaar kleiner mag worden.
Heb je een annuïteitenhypotheek, let dan op: daarvan daalt de restschuld in de eerste jaren juist langzaam. Een lineair dalende dekking daalt dan sneller dan je schuld, waardoor er halverwege de looptijd een gat kan zitten tussen dekking en restschuld. Kies in dat geval een annuïtair dalende dekking.
De voordeligste vorm
Omdat het verzekerde bedrag vanaf het eerste jaar relatief snel daalt, is het risico voor de verzekeraar het kleinst van de drie vormen. Een lineair dalende dekking is daardoor nog net iets goedkoper dan een annuïtair dalende, en fors goedkoper dan een gelijkblijvende.
Twijfel je tussen de vormen?
Het overzicht van alle drie de vormen met keuzehulp vind je in verzekeringsvormen op een rij. Of vergelijk direct de premies; je ziet per vorm wat elke verzekeraar rekent.