Fiscale valkuilen bij oude lijfrente voorkomen? Lees deze casus

Als u in het verleden een lijfrente heeft gesloten, dan moet u voldoen aan een aantal fiscale spelregels. Deze spelregels zijn in de loop der jaren meerdere keren gewijzigd, waardoor het soms lastig is om te overzien welke mogelijkheden u nog heeft. U kunt daardoor niet altijd zelf bepalen wanneer u een uitkering start, en dat maakt het al snel ingewikkeld.

Een uitgewerkt voorbeeld:

De heer Koelewijn heeft in 1998 een lijfrentepolis afgesloten, waarvoor hij tot het einde van de looptijd op 1 maart 2021 maandelijks € 100 premie heeft betaald. De polis valt vrij op 1 maart 2021 en keert een bedrag van € 30.000 uit.

De heer Koelewijn is op dat moment 60 jaar en wil tot zijn 65e een uitkering uit zijn lijfrente ontvangen, dus gedurende vijf jaar. Tot zijn schrik ontdekt hij dat hij met deze polis te maken krijgt met drie verschillende fiscale spelregels.

1. De overbruggingslijfrente

Een gedeelte van zijn lijfrentekapitaal mag hij laten uitkeren vanaf 60 jaar als overbruggingslijfrente . De waarde die is opgebouwd tot en met 31 december 2005 mag worden gebruikt voor een overbruggingslijfrente tot 65 of de AOW-leeftijd. In dit voorbeeld is dat een bedrag van € 20.000. Dit bedrag mag alleen worden uitgekeerd via een verzekeraar; banksparen is hiervoor fiscaal niet toegestaan.

2. Uitkering vanaf 65 jaar

Omdat de heer Koelewijn ook na 31 december 2005 premie heeft betaald, mag hij de waarde die is opgebouwd tussen 1 januari 2006 en 31 december 2013 niet laten uitkeren vanaf 60 jaar. Dit deel mag alleen worden gebruikt voor een tijdelijke oudedagslijfrente die start op 65- of AOW-leeftijd en minimaal vijf jaar uitkeert. Dat mag bij een bank of verzekeraar.

In dit voorbeeld bedraagt dit deel € 7.000.

3. Uitkering vanaf AOW-leeftijd

Doordat de heer Koelewijn ook na 31 december 2013 premie heeft ingelegd, mag hij het opgebouwde kapitaal vanaf 1 januari 2014 uitsluitend gebruiken voor een periodieke uitkering vanaf de AOW-leeftijd. In zijn geval is dat 66 jaar en 3 maanden. Ook deze uitkering moet minimaal vijf jaar duren. Dit mag eveneens via een bank of verzekeraar. Dit betreft het laatste deel van zijn polis: € 3.000.

Wat betekent dit concreet voor de lijfrente van de heer Koelewijn?

Omdat de heer Koelewijn tot aan de einddatum premie heeft betaald, moet zijn polis worden gesplitst in drie delen:

  • De waarde opgebouwd tot en met 31-12-2005: € 20.000
  • De waarde opgebouwd tussen 1-1-2006 en 31-12-2013: € 7.000
  • De waarde opgebouwd tussen 1-1-2014 en de expiratie: € 3.000

Advies over vrijkomende lijfrente

De heer Koelewijn is hier niet erg gelukkig mee. Hij had graag zoveel mogelijk geld vóór zijn 65e ontvangen. Om dat te bereiken, had hij per 31-12-2005 moeten stoppen met premie betalen. Zijn adviseur of verzekeraar had hem hierop moeten wijzen.

Wat ging er mis?

Als de heer Koelewijn per 31-12-2005 was gestopt met premie betalen, had hij de waarde tot dat moment en het rendement dat daarna werd opgebouwd, kunnen gebruiken voor een overbruggingslijfrente vanaf 60 jaar. Dus het bedrag van € 20.000 plus rente had hij volledig vóór zijn AOW-leeftijd kunnen laten uitkeren.

Om dit te regelen, had hij destijds de polis moeten splitsen en via een nieuwe polis kunnen doorgaan met premie betalen. Als hij het goed had gedaan, had die nieuwe polis 65 jaar als einddatum. Nu komt al het geld vrij op 60-jarige leeftijd, en moet hij het doorstorten tot zijn 65e via een bankspaarrekening . Het kapitaal dat hij daar opbouwt mag hij dan vanaf 65 jaar laten uitkeren via een bankspaar uitkeerrekening.

Maar er is nóg een potje geld dat onder een andere spelregel valt: omdat de heer Koelewijn na 31-12-2013 premie is blijven betalen, heeft hij een derde potje van € 3.000 dat pas mag worden uitgekeerd vanaf zijn AOW-leeftijd: 66 jaar en 3 maanden. Eigenlijk had hij op 31-12-2013 opnieuw moeten stoppen met premie inleggen. Dan had hij het opgebouwde vermogen kunnen gebruiken vanaf zijn 65e.

Nu moet hij ook voor dit potje een aparte bankspaarrekening openen en deze op AOW-leeftijd omzetten naar een uitkeerrekening. Technisch is het mogelijk om de bedragen van na 2006 en 2013 samen te voegen op één bankspaarrekening, maar dat maakt het fiscaal en administratief erg complex.

De oplossing van Moneywise.nl

De heer Koelewijn hoeft zijn uitkeringen niet via drie of vijf aparte producten te regelen. Het is mogelijk om deze samen te voegen tot twee of drie producten:

  1. Het bedrag van € 20.000 dat is opgebouwd tot en met 31-12-2005 gebruikt hij voor een direct ingaande lijfrentepolis. Deze hoeft niet tot zijn 65e te lopen, maar kan tot zijn AOW-leeftijd lopen (66 jaar en 3 maanden). → Hij kan hier zelf berekenen welke verzekeraar de hoogste uitkering biedt.
  2. De andere twee potjes (€ 7.000 en € 3.000) voegt hij samen op één bankspaarrekening en laat hij doorgroeien tot zijn AOW-leeftijd. Op die leeftijd opent hij een bankspaar uitkeerrekening die het totale saldo in vijf jaar aan hem uitkeert.

💡 Het is zelfs mogelijk om de opbouwrekening en de uitkeerrekening te combineren. Dan hoeft er maar één rekening geopend te worden, wat kosten scheelt. Deze constructie is niet bij elke bank mogelijk. Goed advies is hierbij cruciaal.

📞 Neem contact met ons op via [085 760 7600] — we helpen je graag.

Logo van Moneywise.nl
...

Bel ons met al je vragen

085-760 7600
Volg ons