Kies je voor een variabel pensioen, dan heb je net als bij een vast pensioen een levenslange uitkering. Het verschil: de hoogte wordt elk jaar opnieuw vastgesteld en is vooral afhankelijk van het rendement op je beleggingen. Daarmee is een variabel pensioen niet voor iedereen geschikt.
Hieronder zie je in één oogopslag voor wie het wel en niet past. Wil je weten wat een vast en een variabel pensioen in jouw situatie opleveren? Vergelijk de uitkeringen online op basis van jouw kapitaal.
Een variabel pensioen past bij je als
- je kans wilt maken op een hogere pensioenuitkering, en accepteert dat de uitkering ook lager kan uitvallen;
- je er geen moeite mee hebt dat je uitkering elk jaar een ander bedrag is;
- je niet in de problemen komt als je uitkering een of meerdere jaren lager is;
- je andere middelen hebt om een tegenvallend jaar op te vangen, zoals spaargeld of een tweede pensioen;
- je partner bij jouw overlijden ook een variabele uitkering wil en kan dragen.
Een variabel pensioen past niet bij je als
- je een vast, voorspelbaar inkomen nodig hebt voor je vaste lasten;
- je wakker ligt van dalende beurzen;
- je geen buffer hebt om een lager jaar op te vangen.
Twijfel je? Je hoeft niet alles op één kaart te zetten: je kunt een variabel pensioen ook combineren met een vast pensioen.
Wat bepaalt de hoogte van een variabel pensioen?
- Het rendement op je beleggingen: de belangrijkste factor.
- De levensverwachting: stijgt die, dan moet het kapitaal langer meegaan en wordt de uitkering iets lager.
- Het sterfteresultaat: het kapitaal van overleden deelnemers wordt verdeeld over de overige deelnemers.
- De kosten van de verzekeraar en van het beleggen.
Wil je precies weten hoe die jaarlijkse herrekening werkt? Lees dan hoe de uitkering van een variabel pensioen wordt bepaald.